De Heilige Agatha

Maagd en Martelares

Home | Sint-Agatha-Berchem | Ontdek Berchem | Straatnamen | Tijdschrift | Contact

Getuigenissen en reportages

 

De naam Agatha zou niet zoals velen vroeger dachten van de half edelsteen agaat komen maar afgeleid zijn uit het Griekse Agatos wat betekent: goed — edel — deugdzaam.
De martelares zou geboren zijn in Palermo in Sicilië onder keizer Decius die regeerde van 245 tot 251 en die de eerste christenenvervolger was. Zij is een der meest beroemde en vereerde heiligen uit de vroege kerkgeschiedenis. De meeste feiten uit haar leven zijn echter legendaris.

De landvoogd van Sicilië, Quintinus, probeerde Agatha voor zich te winnen. Hij gelaste een zekere Afrodesias die met haar negen perverse dochters een bordeel runde Agatha in te wijden in wat hij van haar zou willen bekomen. Agatha gaf de meiden bij elk aanzoek als antwoord: Mijn wil is gebaseerd op de rots en heeft Jezus Christus als basis. Uw woorden zijn als de wind, uw beloften als de regen, uw bedreigingen als voorbij stromende rivieren. Afrodesias melde aan Quintinus dat rotsstenen zacht maken en ijzer plooibaar maken als lood gemakkelijker was dan deze vrouw van haar geloof te laten afwijken.

Quitinus stelde haar zelfde volgende vragen: van welke komaf ben jij? — ik stam uit een adellijk en beroemd Siciliaans geslacht. Als je van adel bent waarom gedraag je, je dan als een slaafse meid? — omdat ik in dienst sta van mijn meester Jezus Christus. Ze werd daarop in de gevangenis geworpen gemarteld en de borsten afgerukt.

Midden in de daaropvolgende nacht zou de apostel Petrus aan haar verschenen zijn vergezeld van een engel die een fakkel droeg. Deze genas haar wonden haar alzo behoedend van het doodbloeden. Deze verschijning joeg de bewakers op de vlucht, Agatha achter latend met openstaande gevangenis deuren. Ze wilde echter niet vluchten.

Vier dagen later liet Quintinus haar naakt over een tapijt van gloeiende kolen heen en weer trekken. Op dit ogenblik brak er een zware aardbeving los. Twee keizerlijke raadgevers werden. onder het neerstortende puin bedolven. Ondanks alles werd ze terug in de gevangenis geworpen. Geduldig in haar lijden en gelaten biddend heeft ze haar geest aan haar schepper weergegeven. Haar passio onder zware folteringen wordt verschillend overgeleverd. Met brandende kaars of fakkel, met tang, met schaal of boek met afgesneden borsten erop. Deze laatste soms tot broodjes verbastert.

In de stad Catania heeft ze geleefd in is gestorven op 5 februari 251, door haar belager Quintinus, landvoogd en rechter op Sicilië, die haar aan de beulen overgeleverd heeft.

De eilanden Sicilië en Malta vereren haar als patrones. Ze wordt vooral aanroepen tegen brandgevaar, bliksem en tegen eruptie van vulkanen.

Met haar sluier hebben inwoners van Catania in 1444 de lavastroom van de Etna tegengehouden.

Verder is ze de patrones van: klokkengieters, glasblazers, edelsmeden, juweliers, minnen (borstvoedsters) veel beroepen die met vuur te maken hebben. Op andere plaatsen wordt ze aanroepen tegen vooral borstkwalen.

Te Sint-Agatha-Berchem wordt de heilige aanroepen volgens het oude bordje uit het kapelletje tegen kanker en ettergezwellen. Ettergezwel is een oude benaming van abces, of bedoelde men hier vroeger borstkanker mee?

De tweede ons bekende Agatha gemeente in ons land is de in de Dijle-vallei gelegen deelgemeente van Huldenberg: Sint-Agatha-Rode. En hier treffen we een aanroeping aan tegen zwerende kankerachtige borsten. Op haar feestdag plaatst men hier een schilderij en een beeld van Agatha in het midden van de kerk waar de gelovigen de afgeknepen borsten van de heilige kunnen beroeren.

Als heilige wordt ze in de kerk bij de voornaamste geplaatst en bezit twee kerken in Rome, de Sant-Agatha-de-Goti, gebouwd door paus Gregorius in 592 en de Sant Agatha in Trastevere. In Italië is ze alom aanwezig. Ook in Constantinopel werd ter hare ere een kerk gebouwd.

In Duitsland zoekt men bescherming tegen brand door het geven van het zogenaamde Sint-Agatha-brood en het aansteken van de beschermkaars tijdens hevig onweer.

Te Chainneux in Frankrijk wordt zij eveneens tegen brand en ontij aanroepen en in de kathedraal van Rouen is er van haar een prachtig gebrandschilderd raam te bewonderen. Ook in Nederland vonden we enkele plaatsen met de naam Agatha, namelijk in het Limburgse Lottum. In het Noord-Brabantse Cuyk wordt zelfs een hele wijk Sint Agatha genoemd.

Soms draagt ze een palmtak ten teken van haar marteling, soms wordt ze gekroond voorgesteld ten teken van haar triomf. Ook met een tang bij het afsnijden van haar borsten gebruikt waarbij deze op een vergezellend bordje worden getoond.

Haar feestdag wordt gevierd op haar datum van overlijden op 5 februari en haar grafschrift luide: Mens sancta, spontaneus honer Dei et patriae liberato. (haar heilige geest betekent een directe lof aan God en de bevrijding voor het vaderland (hemel).

Tijdens haar marteling stortte het paleis van Quintinus in. De landvoogd zelf kreeg een stamp van zijn paard en stortte in een moeras. Er werd van hem niets meer teruggevonden. Een monnik uit de abdij van Ename bij Oudenaarde, Martijn van Torhout, heeft in 1286 een gedicht over de heilige geschreven in het Diets met als titel: SenteAechte. Slechts 700 van de oorspronkelijke 1700 verzen zijn bewaard gebleven. Te Tielt in West- Vlaanderen werd rond 1409 een soort rederijkerstoneel opgevoerd met als titel “De passie van Sente-Aegten”.
Deze feiten tonen de belangrijkheid der devotie tot de heilige Agatha aan.

In 1999 is een delegatie, gevormd door gemeenteoverheden van Sint-Agatha-Berchem, op bezoek geweest in Catania. Ze bezochten er de levensplaats van onze parochieheiige en schonken een kopij van het Berchemse Sint-Agatha-beeldje aan de stad Catania. Zij werden op hun beurt bedacht met een prachtig met vele foto ‘s geïllustreerd boek over het leven van de heilige. Het bevat ook de uitleg over de plaatselijke plechtigheden en monumenten die aan haar zijn toegewijd.

Waarom werd Sint-Agatha als naam toegevoegd aan onze gemeente?

Er is:

Wanneer is de toevoeging gebeurd?

Tot op heden heeft men geen enkel houvast wat de invoerdatum of de reden zou geweest zijn waarom men Sint Agatha als heiligennaam heeft toegevoegd. Er zijn wel bestanden die een vroegere verering van het Heilig Kruis bespreken, maar dat zou dan in een kapel geweest zijn voor de huidige oude kerk gebouwd was.

Er heeft wel tot begin vorige eeuw een Heilig Kruiskapel gestaan op de hoek van de Soldatenstraat en de Groot-Bijgaardenstraat. Aangeduid op oude landkaarten en bevestigd door pastoor Wielemans in zijn rapport over zijn parochie van 1902 aan de archivaris van het aartsbisdom. Was dit nog een overblijfsel van een vroegere kruisdevotie? In de 12de eeuw bij de verbouwing van de houten Heilig Kruiskapel naar een stenen kerkgebouw is het twijfelachtig omdat in geschriften uit die tijden geen vermelding Sint Agatha voorkomt.

Volgens sommige bronnen zou het ingevoerd zijn na het concilie van Trente en het begin van de Contrareformatie (1563). Noch de burgerlijke, noch de kerkelijke overheden kunnen met zekerheid een datum van toepassing geven. Men vindt de naam Sint Agatha volop terug in akten en geschriften van eind 17de, begin 18de eeuw. Er ligt hier een enorm arbeidsveld open voor onderzoek.

De Sint-Agathakapel

In eerste instantie was er de cultus van het Heilig Kruis, dan volgde de cultus van de heilige Agatha. Rond 1600 was er de oprichting van een kapel dankzij een weldoenster. Deze kapel bevond zich op de hoek van de Groot-Bijgaardenstraat en een dreef naar de kerk. Er was een bron ter plaatse, de zogenaamde Sint- Agathaborre. Het water werd door de bedevaarders meegenomen en ook gebruikt als doop en wijwater. De kapel hinderde echter het vervoer van de lijkstoeten op de kruin van de berg en was begin 1700 zeer bouwvallig geraakt door regenval en stormschade. Na een smeekschrijven van pastoor Guillelmus Devos besloot men de kapel af te breken en te verplaatsen naar de overzijde waar ze thans nog staat, rugwaarts tegen het hekken van het hoekhuis. Op de huidige plaats was ook een bron doch na wereldoorlog I heeft men deze afgesloten. Het kerkplein werd afgegraven om de steilheid van de berg te verminderen en alzo het verkeer te vergemakkelijken. Dit alles gebeurde tussen 1720 en 1747. Sint Agatha, alhoewel te Berchem aanroepen tegen kanker en ettergezwellen, wordt evenwel beschouwd als patrones van klokkengieters en minnen (voedsters). Het originele polychroom beeldje uit de kapel van de 15de – 16de eeuw van de heilige wordt bewaard in de nieuwe kerk.

In de kapel zelf werd een replica geplaatst. Het huidige kapelletje werd in 1987-88 gerestaureerd met de hulp van de Koning Boudewijn-stichting. Architecturaal stelt het gebouwtje niet veel voor. Het is opgetrokken in een landelijke baksteen uit een veldoven en met cementmortel bepleisterd. Aan de achter en rechterzijde zijn de openingen zichtbaar waarlangs het bronwater geput werd.

De legende van het vagevuur van Sint-Agatha.

Voor het aftoppen van de hoogte, waar de kapel stond, was het een hele toer om met een gespan de helling op en af te rijden. De voerlui moesten hun paarden tot het uiterste aansporen. Dit gebeurde gewoonlijk met het nodige geroep en getier vergezelt van enkele ferme vloeken.

Midden de Keysersberg stond echter de kapel van Sint-Agatha waar al die voerlui voorbij kwamen. De pastoor van Sint-Agatha-Berchem ergerde zich verschrikkelijk aan deze gang van zaken en besloot een einde te maken aan die godslasteringen bij de kapel van onze heilige. Hij plaatste een bord met de vermelding dat voerlui, bij het voorbij rijden der kapel met kar en paard en zich onthielden van alle godslastering en hun dieren goed behandelden 10 dagen aflaat in het vagevuur kregen. Dit in de richting Brussel (stijgend verkeer) en de helft, dus 5 dagen voor de andere richting (dalend verkeer). Daarentegen werden degenen die hun dieren slecht behandelden of zich van de aflaten niets aantrokken bedreigd dat ze door zulke houding aan te nemen, in de modder zouden vast rijden aan de zijkant van de weg en dit zelfs bij droog weer.

De oude kerk

In zijn primitieve staat bestond de oude kerk uit een robuuste toren en een kort schip aan deze toren gebouwd. Dit stenen gebouw volgde op een houten kapel toegewijd aan het Heilig Kruis, we zijn in de 11de eeuw. De stijl is Romaans en sober. De Lediaanse bouwstenen komen vermoedelijk uit de plaatselijke steenpoelen.

1132. Eerste vaste gegevens uit de abdijarchieven van Grimbergen. Altare de Wamblinis cum appendicum suts Berchem, Radeiinghem et Ramesdunc.

1311 Berchem een onafhankelijke parochie los van Wemmel. Brief van bisschop Petrus III de Mirepoix van Kamerjk over aanstelling van een nieuwe pastor in eclesia de Berchem. Tot de Franse bezetting in 1795 leveren de abdijen Grimbergen en Dieleghem de parochiepriesters.

1590
Tijdens de godsdienstoorlogen wordt het gehele dorp en kerk verwoest. De contrareformatie brengt dan weer herstel en verfraaiing der kerken. 1635 Het zwaar beschadigde torenkoor werd hersteld tussen 1643 en 1683 door Ludovicus Van Der Elst. Wegens geldgebrek en voortdurende vijandelijkheden werden de werken meerdere malen stilgelegd.

1661
Er werd een vrunte of doopkapel bijgebouwd voor aan de toren (volgens gedenksteen).

1695
Tijdens de beschieting van Brussel door de Villeroy werd de kerk geplunderd en zo goed als verwoest.

1704
Restauratie en gieten van een nieuwe klok door P. Mellaerts te Brussel.

1744
Verbouwingen onder architect De Doncker.

1825
Het beheer der parochie door de abdijen Grimbergen en Dieleghem is geëindigd en de eerste bisschoppelijke priester begint aan zijn taak.

1840
Gedurende zes jaar worden grote werken aan de kerk uitgevoerd. Er worden twee zijbeuken aangebouwd en het koor werd verhoogd. Aan de buitenzijde was deze ingreep goed zichtbaar wegens het verschil van steensoort. De aanbouw was namelijk in rode baksteen terwijl de bestaande bouw in natuursteen was. Dit zal de laatste verbouwing worden van het kerkje.

1890
Het kerkhof rond de kerk werd buiten gebruik gesteld.

1913
Men stelt de eerste plannen op om een nieuwe kerk te bouwen maar de 1ste wereldoorlog kwam roet in het eten gooien.

1938
De nieuwe kerk werd voltooid en ingewijd. De oude kerk werd ontwijd en buiten gebruik gesteld Haar wacht nog een hele lijdensweg. Belgische troepen tijdens de mobilisatie in 1939- 1940, scoutslokaal in 1942, lokaal van het verzet in de bevrijdingsdagen van 1944, en later terug scoutslokaal. Bijna een ruïne en toch nog geklasseerd op 25/10/1950 en onder architect J. Rombaux vanaf 1970 gerestaureerd. Uiteindelijk als cultureel centrum geopend op 25/05/1975 Zo bleef ons laatste overblijfsel uit ons verleden voor altijd bewaard.

De nieuwe Sint-Agathakerk

In 1913 werden reeds plannen uitgewerkt door architect Degand om de oude kerk af te breken en op dezelfde plaats een nieuwe op te richten. De eerste Wereldoorlog stuurde deze plannen in de war.

Een delegatie met dhr. Graulus komt in 1926 met een voorstel om grond uit hun bezit in de Soldatenstraat af te staan voor de bouw van een nieuwe kerk. Men komt niet tot een overeenkomst.

Het oude dorpscentrum rond de toenmalige kerk word langzaam verlaten ten voordele van het gemeenteplein en de Gentse Steenweg. Daarom zoekt men de nieuwe kerk meer naar het nieuwe centrum te plaatsen.

Alleen de diocesane overheid is bevoegd de plaats van vestiging te bepalen. Toenmalig burgemeester Dr. Karel Leemans geeft pastoor J. Schoofs een koopbelofte op een gedeelte van zijn gronden in de Kerkstraat. Kerkraadvoorzitter Janssens suggereert architect Frans Buelens uit Sint-Jans-Molenbeek om de plannen der nieuwe kerk uit te werken. Deze worden echter door de ‘Koninklijke commissie voor de praalgebouwen ‘verworpen die een oudere vorm van bouwstijl aanbeveelt.

Pastoor Schoofs gaat met de kerkraad verschillende kerken bekijken, ondermeer de kerk van Bosvoorde waar hij zelf jaren onderpastoor was. Na bijsturing der plannen worden ze door de commissie aanvaard.

In de maand oktober 1928 brengt Kardinaal - Aartsbisschop J. Van Roey, vergezelt van Vicaris-generaal Van Cauwenbergh een bezoek aan Sint-Agatha-Berchem. Zij gaan de grond, eigendom van Dr. Karel Leemans in de Kerkstraat bekijken, waar de nieuwe kerk zou worden ingeplant en geven hun goedkeuring.

Op 04/07/1930 wordt door Notaris F. Wildermans uit Sint-Pieters-Woluwe de akte opgesteld van de grond voor de bouw van de kerk die als gift onder levenden wordt aangeboden aan de parochie. Deze aanbieding door mejuffrouw Maria Michiels, aangenomen dochter van burgemeester Dr. Karel Leemans betreft de percelen Sec.A126 a2 ,126 n,en gedeeltelijk 126 r, 126 u, 126 z, met een totale oppervlakte van 22 a 47 ca en gelegen in de Kerkstraat

De hogere overheid aanvaardt op 06/07/1930 en wordt van officiële zijde door een koninklijk besluit in het Staatsblad als algemeen nut erkend.

De Kerkraad keurt uiteindelijk de nieuwe plannen en het lastenboek van architect Beulens goed op 21/05/1931 en geeft opdracht de aanbesteding op gang te brengen. Om de werken te financieren gaat zij over tot de verkoop van verschillende gronden in de Kerk en Kasterlindenstraat. De grot van O.L. V. van Lourdes aan het gemeenteplein zal worden afgebroken en ook deze grond zal aan de gemeente worden verkocht.

Door de beurscrash van 1929-1930 was er die tijd veel werkloosheid. De overheid gaf dan ook flinke premies voor de aanmaak van openbare gebouwen, en ook hier werden de nodige aanvragen gedaan om de fondsen van de bouw te spijzen. Ook werd menig vermogend parochiaan door pastoor Schoofs aangesproken om geldelijke bijstand. Zo werden de nodige centen bijeen gebracht.

Op 15/02/1934 werd uit 15 aanbiedingen de aannemer Isidore Mathieu uit Houtain l’Eveque de eerste fase van de bouw gegund. De eerste fase omvat de bouw van de toren tot de kruisbeuk.
De tweede aanbesteding van de vier vakken, kruisbeuk, priesterkoor, sacristie, bergplaats en wc, dus het grootste gedeelte buiten toren, doopvont, voutiefkapel en het eerste vak (travee) geeft 4 aanbiedingen. Dezelfde aannemer als de 41ste fase wordt aangeduid

De ruwbouw was klaar op 01/08/1936 en men voorzag 100 werkdagen voor de binnenafwerking. Tenslotte werd de bouw van de kerk stopgezet zonder dat de toren en nog enkele aanbouwsels waren uitgevoerd. De financiële middelen waren uitgeput. Het afgewerkte gedeelte werd door Mgr. Van Cauwenbergh plechtig ingezegend op 17/07/1938 om 9:45 uur. Bij de inwijding gaf de kerk een kale indruk. De muren evenals het altaar, de communiebank en de 4 biechtstoelen waren in prachtig marmer uitgevoerd. Buiten de kruisweg die in de muren van de kruisbeuk ingewerkt was, was er geen enkel heiligenbeeld of schilderij te bespeuren. Zelfs de traditionele preekstoel ontbrak en de zondagpreek gebeurde dan maar op een verhoog. Er was echter wel centrale verwarming en achter de kolom van de linkerbeuk stond een harmonium opgesteld om de diensten te begeleiden. De verlichting gebeurde door elektrische lampen in witte glazen bollen. De kerkstoelen waren van het gebiesde type uitgezonderd vooraan in de kerk waar van die fluwelen privé stoelen stonden.

Buiten op het dak stond boven de kruisbeuk een klein torentje met klok. De grote ingang werd afgesloten met een hoge grijze poort en een houten sas binnen in de kerk om de tocht en het lawaai wat af te snijden. In deze toestand gaan we de oorlogsjaren door en in april 1947 gaat kerkenbouwer pastoor Schoofs met rust en hij wordt vervangen door pastoor Eduardus Franckx

Deze priester kreeg tot taak de kerk maar voorlopig gerust te laten en al zijn krachten in te zetten als scholenbouwer voor de lagere jongensschool. In 1950 ging men over tot de afbraak van de villa van de vroegere burgemeester naast de kerk. Op deze vrijgekomen ruimte legde de gemeente de Grand-Halleuxstraat aan. Hierdoor kwam de kerk vrij te staan langs de vier zjjden. Door het afbreken van een oude hoevemuur aan de schoolstraat kwam de ruimte voor het huidige Koning Boudewijnplein vrij.

Op 22/12/1967 neemt pastoor Alouis Lindemans de parochie over. Hij erft van zijn voorgangers 2 onafgewerkte gebouwen, de kerk en de jongensschool en zet zich in om beide dossiers definitief af te ronden.

Burgemeester Victor Guns, sinds 1965 in functie, is wat de kerk betreft dezelfde mening toegedaan en dit duo gaat werk maken van de eindafwerking van de kerk door architect Rombaux een eerste planning te laten opstellen.

Men verlaat het principe van de aanbouw van een toren en verkiest een gevel in Neo-Romaanse stijl. Het bisdom suggereert nog om de gevel in leien af te werken. Architect Vande Perre neemt de zaak over en vindt een tussenoplossing waardoor het plan aanvaard word door kerkraad en gemeenteraad.

In 1979 worden de nodige subsidies aangevraagd. De kostprijs zal worden gedragen door en à rato van: Staat 40%, provincie 30%, gemeente en kerkraad samen 30%. Gezien de belangrijke staatsinterventie komt staatssecretaris Annemie Neyts persoonlijk de omvang der werken bekijken.

Na aanbesteding worden de werken gegund aan aannemer Frans Van Vaerenbergh uit onze gemeente. Deze start de werken in begin 1980. Met de afbraak van het torentje op de kruisbuik en de dakherstelling gaan een tweetal jaren voorbij. Na het plaatsen van voorzetramen ter bescherming der gebrandschilderde ramen is de kerk eindelijk buiten afgewerkt. Ter herinnering wordt in de voorgevel een gedenksteen geplaatst met de namen van diegenen aan de realisatie van dit project hebben meegewerkt.

De binnenafwerking daarentegen was nog niet beëindigd. Het grote evenement daar was de inplanting van de polyvalente ruimte. Dienstig als weekkapel en tijdens rouwplechtigheden leent zij zich tot meerdere dienstbaarheden. Het is zowel een symbolisch als een praktisch bouwsel in het centrum van de kerk en moet een verbindingsteken zijn tussen het verleden, het heden en de toekomst. De grote cultuurschok kwam op kerstavond 1986 toen het op zolder ontdekte en gerestaureerde werk van Anton Van Dijck aan de parochianen werd voorgesteld. Het zette Sint-Agatha-Berchem, bij wijze van spreken, op de wereldkaart door de grote belangstelling door de nationale en internationale pers en TV voor het schilderij. De ontdekking en restauratie was schijnbaar weer een werk van pastoor en burgemeester. In 1989 werd uit veiligheid overwegingen besloten het originele beeldje van Sint-Agatha uit de kapel naar de kerk over te brengen. In de kapel zelf werd een replica geplaatst.

En als laatste kreeg de kerk van Sint-Agatha-Berchem van de zusters Ursulinen van Laken hun prachtig Van Bever-orgel aangeboden. Het uit 1905 stammende instrument werd grondig nagekeken, overgebracht en in onze kerk geplaatst in het jaar 1992 en vormt er het voorlopige sluitstuk van de bouw en de inrichting van onze Sint-Agatha kerk.

De Van Dijck van Sint-Agatha-Berchem.

Het schilderij stelt de rust tijdens de vlucht naar Egypte voor. Het is een geschilderd werk, olie op doek, en meet 2,87 m op 2,18 m. Het werd vervaardigd rond 1630, ongesigneerd en ongedateerd. Vermoedelijk komt het uit het atelier van Anton van Dyck (1599 -1641).
Maria, Jozef en het kindje Jezus kijken naar een kinderfiguur (St. Jan?) omringd door zeven spelende engelen.

Het doek komt uit de oude kerk en heeft van daaruit een tijd in de oude pastorij gelegen en moet later mee verhuist zijn naar de zolder van de nieuwe. Het is een groot vraagteken hoe en van waar het schilderij in de gemeente gekomen is.

Bijna totaal vergeten en op voorstel van burgemeester Victor Guns is pastoor Alouis Lindemans het uit zijn lijst gesneden kunstwerk van de pastorijzolder gaan halen. Het was in een doek gewikkeld, vervuild en licht beschadigd. Het werd ter restauratie gegeven aan Jan Heunninckx, uit Opwijk, een gepensioneerd inspecteur van het kunstonderwijs, schilder en ervaren restaurateur. De klus werd in twee maanden geklaard en de restauratie kosten werden gedragen door Mw. Mertens uit Sint-Agatha-Berchem.

Na de restauratie werd het ter controle naar het Koninklijk instituut voor het kunstpatrimonium gebracht, die na doorlichting de bevestiging gaven dat het doek inderdaad uit de periode van Anton van Dyck stamde.

Het kunstwerk werd tijdens de kerstviering van 1986 aan de parochianen aangeboden. Onmiddellijk ontstond er een toeloop van binnen en buitenlandse pers en televisie ploegen. Sint-Agatha-Berchem werd op de wereldkaart gezet!! Diepgaander onderzoekingen moeten in de toekomst meerdere gegevens aan het licht brengen. Eveneens zal moeten onderzocht worden hoe het meesterwerk in het verleden in onze gemeente beland is.

Gelijksoortige werken bevinden zich in de Hermitage van Sint-Petersburg onder de benaming “De Madonna met de patrijzen “, en twee replieken zijn te bewonderen in Nantes en Lion. Een derde is te vinden in de Galeria P1711 te Florence. Al deze kunstwerken hebben een bijna totale gelijkenis, enkele details niet te na gesproken.

Het orgel

Dit orgel werd gebouwd door Pierre-Salomon Van Bever. De gebroeders orgelbouwers Van Bever waren wereldwijd gekend om de technische en artistieke kwaliteit van hun orgels.
Het werd gebouwd voor de Luikse wereldtentoonstelling van 1905.

Daarna kreeg het orgel een plaats in de kruisgalerij van de kapel van de kostschool der zusters Ursulinen te Laken. In 1991 hebben deze zusters hun orgel geschonken aan de parochiekerk van Sint-Agatha-Berchem, die het in dank aanvaardde.

Een jaar later werd het instrument totaal gerestaureerd door de neef en opvolger van de Van Bever, François Drabs. Daarna werd het overgebracht en geïnstalleerd in onze kerk.

De in de muur ingebouwde kruisweg werd daardoor wel enigszins verstoord in rangorde maar de plaats van inplanting van het orgel was de beste keuze.

De muziekacademie van Sint-Agatha-Berchem maakt gebruik van dit instrument voor de opleiding van haar leerling organisten.

De polyvalente ruimte

Ieder persoon die de Heilige Agatha kerk betreedt, kijkt verwonderd naar dat bouwsel midden de kerk, zich afvragend wat het doel is van dergelijke constructie. Een kerk in de kerk zouden we het kunnen noemen. Vele trouwe kerkgangers die regelmatig de kerkdiensten bijwoonden hebben zich dat ook afgevraagd.

Het woord polyvalent betekent meerdere waarde of mogelijkheid. De bedoeling was om de misvieringen in de week daar te laten doorgaan. Het is inderdaad veel gezelliger als men in klein aantal is van de ruimte hierbij aan te passen. Ander argument was het verwarmingsprobleem. Telkens de grote kerk verwarmen viel nogal kostelijk uit. De kleine polyvalente ruimte was vlug verwarmd.

Een volgend voordeel was dat men de ruimte kon gebruiken afgezonderd van de normale kerkruimte; door de deuren te sluiten ontstond een aparte vergaderruimte. Het kerkbezoek is de laatste decennia fel achteruit gegaan waardoor de beschikbare ruimte in de kerken veel te groot werd. Men zocht dus andere mogelijkheden.

Hoe ziet deze kapel er uit.
De stijl is modern en voorzien voor een dertigtal plaatsen. Op de vier hoeken staan gepolychromeerde heiligenbeelden komende uit de oude kerk. Zo vinden we de evangelist Johannes en de maagd Maria onder het kruis (het kruis zelf is verdwenen) deelbeelden van een oude kruisweg van c.a. 1500 indertijd aan de buitenkant der oude kerk.

Een sint Anna ten drie, met Maria haar kindje Jezus dragend en gezeten op de schoot van haar moeder St. Anna. Op de tegenover liggende hoek een Sint-Rochus, pestheilige, draagt de pelgrimsmantel en dito hoed met de Sint-Jakobsschelp, hij toont zijn gezwollen schenkel teken van de pest. De hond aan zijn voeten brengt hem als pestlijder in afzondering het nodige eten.

Dit wat de buitenzijde betreft. Treden we echter binnen en bewonderen we het interieur.
Het altaar is van het moderne type, de kern is een oud Spaans kruis (alleen de corpus) verborgen achter twee deurtjes, dat van de Filippijnen werd meegebracht door Pater Karel Lindemans broer van Pastoor Lindemans en Scheutist op de Filippijnen.
Het is bevestigd op een ovaal koperen plaat in de vorm van een amandel, teken van het leven. Daaronder een halve wereldbol in porselein door Mieke Everaet uit Opwijk. Het geheel omvat de Latijnse spreuk “STAT CRUXDUM VOL V1TUR ORBIS” (Het kruis blijft staan terwijl de wereld ronddraait.) Het interieur heeft ook een aantal moderne schilderijen door een artieste uit deze regio: Marie-Paule Raigoso Dionisio en omvat zeven levendige en kleurrijke taferelen en toont ons in het scheppingsverhaal, een verhaal van liefde tussen God en de mensheid.
Eerste dag: God scheidt het licht en de duisternis Tweede dag: God scheidt de grote en de kleine waters. Derde dag: God schept de continenten Vierde dag: God schept de planten, de bloemen en de struiken. Vijfde dag: God schept de vissen in het water, de vogels in de lucht. Zesde dag: God schiep de mens naar zijn beeld en gelijkenis Zevende dag: God ruste.

Een laatste werk bevind zich in de achtergrond:De Opstanding draagt het symbool van ons geloof in zich dat ook wij eens zullen ver ijzen en eeuwig gelukkig zullen worden in de liefde. De spiegels die hier en daar werden ingezet suggereren de brug tussen het erfgoed van het verleden en het heden die hiermede in elkaar vloeien.

Terug naar boven.