Historiek van Sint-Agatha-Berchem

 

Home | Ontdek Berchem | Heilige Agatha | Straatnamen | Tijdschrift | Contact

Getuigenissen en reportages

 

Sint-Agatha-Berchem is niet steeds een Brusselse gemeente geweest.

Van de l3de tot de 18de eeuw breidde de stad Brussel uit tot de ,,kuip”. (= Vijfhoek) : Obbrussel (nu Sint-Gillis), Molenbeek, Schaarbeek, Laken, Anderlecht, Vorst en een deel van Elsene. De kuip moest de belangen van de geprivilegieerden beschermen.

Zo kende Jan II, hertog van Brabant, reeds in 1295 Brussel het recht toe reglementen op te stellen en accijns te innen op brouwen en de verkoop van bier in een gebied dat reikte tot aan Berchem, Jette, Laken, Evere, Woluwe, Boendael, Anderlecht, Ukkel en Vorst. De gegoeden konden zich vlug een tweede verblijfplaats veroorloven buiten de stadswallen, maar binnen het beschermde gebied. De juridische bevoegdheden van Brussel strekten zich toen reeds uit tot Asse, Beersel, Boortmeerbeek, Eigenbrakel, Drogenbos, Evere en Ruisbroek.

Compensatie

Met de Franse Revolutie werd Brussel teruggedrongen binnen de Vijfhoek. Sint-Joost, Sint-Gillis, Laken, Schaarbeek, Vorst en Anderlecht werden samen met Halle-Lembeek, Gaasbeek en Grimbergen opgenomen in het arrondissement Brussel (de basis voor het latere kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde). Ukkel, Watermaal, Etterbeek, Sint-Pieters(-Jette) en Sint-Agatha-Berchem bleven tot het einde van de l8de eeuw bij de meierij Rode, die later zelf in het kanton Ukkel werd opgenomen. Brussel-stad bestond dan uit vier kantons.

De havenwerken van 1921 slorpten dan toch Laken, Heembeek en Haren op. Molenbeek, Schaarbeek en Jette deden enkel beperkte gebiedsafstand.

Als compensatie voor de door Vlaanderen gevraagde taalwetten werd het tweetalig gebied Brussel afgebakend: in 1932 waren er al 16 gemeenten bij. Evere, Sint-Agatha-Berchem en Ganshoren werden pas in 1935 in het tweetalig rechtsgebied Brussel opgenomen. De definitieve inlijving was voor 1954.

Sint-Agatha-Berchem voor én na de 20ste eeuwwisseling.

Vóór 1900 woonden te Sint-Agatha-Berchem vooral min of meer gegoede boeren en arbeiders. Er werd vooral aan landbouw gedaan, groenten en fruit gekweekt, en sommigen verbouwden vlas voor eigen gebruik.

Na 1900 evolueerde de gemeente van boerendorp naar residentiële buitenwijk van de stad Brussel. Luxueuze villa’s, buitenverblijven van rijke Brusselse dokters, advocaten, bankiers, industriëlen en renteniers schoten uit de grond.

De Grot - een plaatselijk aanbiddingsoord, dat later moest verdwijnen
voor het uitbreiden van het centrum

Het is pas vlak na WO II (1940 - 45) dat bedienden en kleine handelaars Sint-Agatha-Berchem hebben ontdekt. Deze middenklassen, meestal tewerkgesteld in de hoofdstad, veroorzaakten beetje bij beetje de verstedelijking.

De "Place Communale" van vroeger

Zo verdwenen er reeds aan het einde van de jaren dertig verscheidene villa’s en boerderijen om plaats te maken voor massabebouwing van “middenklasse-woningen”. Een voorbeeld hiervan is het kasteel Hof ter Overbeke”, ooit de schitterende residentie van de baronnen Serclaes en later als kloostergebouw gebruikt door de zusters “Maricollen”. De naam ,,Maricollendreef” verwijst trouwens naar de voormalige prachtige parkdreef van het kasteel. Hetzelfde lot was de villa van dr. Willox beschoren; gebouwd op een vroeger Hollands bouwwerk uit de onafhankelijkheidsoorlog van 1830, moest zij plaats ruimen voor het huidige rusthuis “Bloemendal”.

De gemeente had oorsponkelijk twee kernen.

Eén ervan kan gesitueerd worden rond het huidige Dr. Schweitzerplein, destijds Gemeenteplein geheten. Dit was de plaats waar de tram aankwam, tevens de laatste halte van de lijn. Het gemeentehuis zelf verdween samen met de bekende ,,amigo” het cachot, in volksmond hotel der dronkaards genoemd . De “champetter” was eveneens huisbewaarder van het gemeentehuis.

Het oude gemeentehuis van Sint-Agatha-Berchem. In de verte de Kerkstraat.

De Gentsesteenweg in de jaren zeventig

De Gentsesteenweg anno 2008

De tweede kern bevond zich rond de Oude Kerk. Hier vindt men nog steeds de “Oude Kroon”, vervolgens café, hotel en restaurant, speciaal gewaardeerd door de Franstalige bevolking van de gemeente en de Brusselaars die er een dagje op uittrokken ,, à la campagne”.

De oude dorspkom met café "De Witten Baas, het postkantoor (met zwart bord),
café Labus, café "Oud Berchem" en op de achtergrond, café en restaurant "De Kroon".

Hier logeerden onder andere de speciaal uit Engeland overgekomen jockeys van van mevrouw Goffin, die toen een zeer befaamde renstal bezat. De rijstepap en de vlaaien van De Kroon” waren ook zeer vermaard. De exploitanten lieten echter de zaak over en openden de ,,Nieuwe Kroon”, herberg aan de Gentse Steenweg, achter het voormalige gemeentehuis.

 

 

In de wijk rond de Oude Kerk ontsprongen de Berchemse bronnen.
Deze vrij stromende bronnen werden later ondergronds afgeleid om de fonteinen te
voeden van het ,,Hof ter Overbeke” (Bon-Secours), hierboven afgebeeld

Het Hof ter Overbeke nu

Alhoewel het eigenlijke dorpsleven en het religieuze leven zich vooral afspeelden rond deze tweede wijk, verkozen de handelaars de omgeving van het gemeenteplein, waar de Brusselse dagjesmensen van de tram stapten. Ook de Gentsesteenweg telde vele winkels. Enkele typische zaken waren: ,,Pikke Pat, de ijzerhandel en “Nelleke, snoepwinkel en café. Elke straat had trouwens zo ongeveer zijn cafés.

De Gentsesteenweg in lang vervlogen tijd, toen men nog onbekommerd op straat kon spelen

De verfransing doet zijn intrede.

In praktijk begon de eigenlijke verfransing van deze volledige Vlaamse gemeente vanaf de eeuwwisseling met de inwijking van de Franstalige, Brusselse bourgeoisie. Officieel echter deed het Frans zijn intrede in de loop van de jaren twintig onder het burgemeesterschap van Charles Leemans. Deze voerde onder druk van de bourgeoisie de tweetaligheid in voor de officiële documenten. Zelfs het openlijk protest van de Vlaamse bevolking kon deze beslissing niet meer ongedaan maken. De eerste stap was gezet.

Met de verhuis naar de nieuwe kerk begon de teloorgang van de wijk rond de Oude Kerk. De gemeentelijke activiteiten verplaatsten zich naar het gebied tussen het Dr. Schweitzerplein, de nieuwe kerk en de Koning Albertlaan.
Vóór de eeuwwisseling hadden diverse geneesheren hun buitenverblijf in de gemeente, maar ze oefenden er geen praktijk uit. Zieken moesten zich richten tot dokters uit de randgemeenten of voortgaan op eigen kennis of op die van genezers en “overlezers”. De bouw van het ,,Frans Hospitaal” in de jaren twintig bracht hierin grote verandering. Steeds meer vrouwen verkozen om daar te gaan bevallen.

Een nieuwe gemeenteschool werd gebouwd in de Soldatenstraat. Er was Nederlandstalig onderwijs met een afdeling voor jongens en een afdeling voor meisjes. De Zusterschool had tevens een Franse klas en zij richtte zich enkel tot meisjes. Jongens van ,,goeden huize” gingen naar een Franstalig college in de hoofdstad.

Het verenigingsleven richtte zich vooral tot het mannelijk deel van de bevolking.
Als verenigingen waren er de fanfare, de boerenbond, de toneelkring en omstreeks 1930, een ,,véloclub’.

Het grootste gedeelte van het ontspanningsleven speelde zich af in en rond het café, waar vogelpik, bakschieten, bollenspel, kaarten en kegelen zeer,,in” waren. Vrouwen en kinderen hielden zich thuis bezig met vertellen, handwerken en kleine spelletjes.

Voor de geïnteresseerde Nederlandstaligen waren er theater en bioscoop in de hoofdstad. Rond 1914 draaide “Cinema Pathé” als eerste stomme films, die dikwijls over verschillende episodes (zondagen) liepen. Pas na de tweede wereldoorlog kwam de eerste bioscoop te Sint-Agatha-Berchem. De toegangsprijs bedroeg toen 7 Belgische Frank (+/- 0,17 €).

Feesten

Nieuwjaar was vooral een feest voor de kinderen die dan gingen “nieuwjaar zingen” en hun “nieuwjaarspree” konden afhalen bij meter en peter. Het Sint-Niklaasfeest was in Sint-Agatha-Berchem vóór 1918 zelfs totaal onbekend. Ter vervanging kenden de kinderen wel de ,,Greef’ een vergelijkbaar feest dat plaatsvond drie weken voor Pasen. De kinderen kregen dan krenten, appels, sinaasappels en suikerventjes. De andere feestelijkheden richtten zich meer tot de volwassenen. Al deze feesten gingen samen met een pannenkoeken- en wafelenbak. Het carnaval werd oorspronkelijk op straat gevierd, tot het verbod werd uitgevaardigd om nog gemaskerd op straat te verschijnen. Om veiligheidsredenen werden de feestvierenden naar een balzaal verwezen.

Kermis kon toen een hele week duren en werd tot 1940 opgeluisterd met volksspelen. Allerheiligen en Kerstmis waren zuiver religieuze feesten. Ook de processie trok veel volk in de maand september, met de grote kermis.

Buiten het openbaar vervoer verplaatste men zich vooral per koets of per boerenkar. Met de bourgeoisie deden ook de eerste ,,automobielen” hun intrede. De vooruitgang deed zich ook voelen op andere vlakken. Elektriciteit verdrong gas en petroleum. Kort daarna kwamen de eerste radio’s en huishoudelijke apparaten. De eerste radio deed dienst voor de gehele straat. Hetzelfde deed zich voor met de komst van de televisie.

Sint-Agatha-Berchem onderging ook de invloed van de wereldtentoonstelling in 1958, weliswaar minder dan de gemeenten die dichter bij de Heizel liggen. Het ganse dorp had toen familie, vrienden en kennissen te logeren.

De evolutie doorheen de jaren loopt over een viertal periodes: vóór 1900, tussen 1900 en WO. 1, tussen beide wereldoorlogen in en de periode na W.O. II tot 1960. Vanaf 1960 kreeg Sint-Agatha-Berchem zijn huidige vorm.

 

Bronnen :

(1) “Brussel, stad vol mensen”, september 1980, deel 3, samenvatting, uitgave van de Sociaal-Kulturele Raad Sint-Agatha-Berchem vzw.
De sociaal-culturele raad (SKR) van Sint-Agatha-Berchem leverde in 1980 en de daaropvolgende jaren heel wat studiewerk omtrent de bevolkingsevolutie en de migratie.In het document ,,Brussel, stad vol mensen” werd op een wetenschappelijk verantwoorde wijze een beschrijving gemaakt van de migratiebeweging van Nederlandstaligen te Sint-Agatha-Berchem. Bij de migratiebeweging volgens
regio van herkomst of van vertrek werd bijzondere aandacht besteed aan de inwijking uit de Vlaams-Brabantse randgemeenten Groot-Asse en Groot-Dilbeek. Daarnaast werd een beeld geschetst van de vrijetijdsbesteding van mensen die niet aangesloten zijn of niet betrokken zijn bij sociaal-culturele activiteiten of manifestaties. De appreciaties, verwachtingen en noden van mensen die recent te
Sint- Agatha- Berchem kwamen wonen, evenals het immobiliënaanbod van deze gemeente en omgeving, kwamen aan bod. Het taalgebruik in de plaatselijke handel werd ook weergegeven. De werkgroep- onthaal van de SKR wou dit document gebruiken bij de uitbouw van de onthaalstructuren.
(2) “De groei van Brussel : een historische puzzel. J. Baerten, V.U.B. Geschiedenis
(3) Mondelinge overleveringen
(4) Universiteit Gent.