Sint-Agatha-Berchem

Een gemeente boordevol contrastbeelden

Home | Sint-Agatha-Berchem | Heilige Agatha | Straatnamen | Tijdschrift | Contact

Getuigenissen en reportages

 

Deze kleine gemeente ten noordwesten van Brussel, heeft een oppervlakte van 295 hectaren en telt iets minder dan 19.000 inwoners. Zij is de enige Brusselse gemeente waar nog aan landbouw wordt gedaan.

Sint-Agatha-Berchem is wellicht ontstaan in de Xde of de XIde eeuw. Na de grote ontbossingen die ontginbare grond vrijmaakte, ontwikkelt Sint-Agatha-Berchem zich tot een belangrijk graancentrum. In de XVIIde eeuw doen steen- en pannenbakkerijen hun intrede op het grondgebied van de gemeente.

Haar rol als stopplaats, die zij te danken heeft aan haar ligging op de weg van Brussel naar Gent, verklaart de aanwezigheid van talrijke brouwerijen en herbergen. In het begin van XXde eeuw, kwamen de rijke Brusselaars naar Sint-Agatha-Berchem om een buitenverblijf op te trekken. De gemeente stond bekend als de gezondste van de streek. Sint-Agatha-Berchem is landelijk gebleven tot vlak voor de Tweede Wereldoorlog. Daarvan getuigen nog steeds de groene ruimtes en de stukjes semi-natuurgebied. De gemeente werd verkaveld tijden het Interbellum. Dit urbanisatiebeleid werd voortgezet na de Tweede Wereldoorlog waardoor we Sint-Agatha-Berchem vandaag kennen als een zeer groene gemeente met hoofdzakelijk eengezinswoningen.

Fietstocht of wandeling

Vertrek aan het gemeentehuis van Sint-Agatha-Berchem, Koning Albertlaan 33 (Foto hieronder : het oude afgebroken gemeentehuis).

Het oud gemeentehuis stond vroeger op het "gemeenteplein", nu het Dokter Schweitzerplein genoemd, maar was te klein geworden voor de gemeente die een forse aangroei van de bevolking had gekend.

Het oud gemeentehuis in 1906 op het toenmalig Gemeenteplein, nu Dr. Schweitzerplein
De straat rechts is de Soldatenstraat.

 

Het oude gemeentehuis werd volledig afgebroken om het centrum te vergroten.
Het stond ongeveer waar nu de tramhalte van tram 19 is.

 

De Gentsesteenweg, vanaf het oud Gemeenteplein (1897), in de richting van het spoorwegstation.
De paardetram reed toen tussen Brussel - Beurs en Molenbeek - Zwarte Vijvers.
De typische keltische driehoekige dorpsdries is hier nog te herkennen.

 

Het huidige centrum in de richting van het station van Sint-Agatha-Berchem
De foto werd genomen vanuit hetzelde gezichtspunt.

Rechtover het gemeentehuis nemen we de Koning Albertlaan en staan we een honderdtal meter verder links de Bloemkwekerstraat in. Na het rusthuis Bloemenoord, nemen we een voetgangers- en fietserspad: de Broekweg. Deze weg brengt ons in de Broekstraat waar we links inslaan. Bij het volgende kruispunt draaien we naar rechts en rijden we onmiddellijk naar links de Dilbeekstraat in. Vervolgens nemen we de tweede straat rechts (Potaardestraat) en rijden om dan onmiddellijk links de Kattestraat in te rijden die dwars door het Kattebroek loopt.

Het toponiem "Kattebroek" betekent niet "kattenmoeras", maar verwijst eerder naar een vochtige en zelfs moerassige vallei, een "broek" dat zich over verschillende gemeenten uitstrekt waarvan de belangrijkste Dilbeek en Sint-Agatha-Berchem zijn. Reeds in de XIIIde eeuw werden de vlaktes op deze plek ontgonnen. Dit prachtige landschap, dat doet denken aan het nabij liggende Pajottenland, bestrijkt vandaag nog steeds iets meer dan vier hectaren oppervlakte en bestaat uit weides die zacht naar beneden hellen om in een vochtig dal uit monden.

In het centrum ligt een opmerkelijk stuk rietland (vlakte met rietplanten). Het dal wordt doorkruist door een buurtweg, de vroegere Kattestraat die nu sedert 1993 een pedagogische weg is. Deze oude straat was reeds zichtbaar op de kaart van de graaf Ferraris (1770) en was toen reeds afgeboord met bomen en omringd door moerassige weides, waardoor deze plaats wellicht weinig is veranderd gedurende de laatste drie eeuwen. Het landschap dat bedreigd werd door verkaveling vormt op 22 september 1994 het onderwerp van een besluit dat de buurtweg en het rietland beschermt. Maar de speculatiedruk blijft hoog.

We nemen de Zenitstraat naar rechts, die ons naar de Groot-Bijgaardenstraat leidt. We houden halt bij nummer 497, een grote villa uit het begin van de 20ste eeuw.

In het begin van deze eeuw, werd Sint-Agatha-Berchem beschouwd, als het gezondste dorp van de hele streek. Inderdaad, er was geen enkele fabriek in de onmiddellijke omgeving en het natuurlijk milieu bleef gespaard dankzij de uitbreiding van de voorsteden. De rijke Brusselse families kozen Sint-Agatha-Berchem om er hun buitenverblijf neer te zetten: mooie villa's met parken en tuinen, weliswaar op het platteland maar in de onmiddellijke omgeving van de stad. De "Villa des Abeilles" (de bijenvilla) blijft nog steeds één van de indrukwekkendste herenhuizen.

Zij werd in het begin van deze eeuw gebouwd in een eclectische stijl die in die tijd zeer "in" was. Het gebouw heeft het monumentale karakter, beoogd door zijn ontwerper, behouden. Van de siertuin die het gebouw oorspronkelijk omringde is niets meer bewaard gebleven. De villa heeft haar naam te danken aan de sculptuur tussen de twee kleine raampjes onder de daklijst. De vloer van de inkomhal is bekleed met een mozaïek, waar we in het centrum ook de bij terugvinden.

Laten we verder rijden door de Groot-Bijgaardenstraat en de derde straat rechts inslaan, de Van Overstraetenstraat. Zij brengt ons bij één van de toegangen tot het Wilderbos.

Het ongelijke reliëf van het Wilderbos dat 7 hectaren groot is, zou zijn oorsprong vinden in de ontginningen die in het begin van de XVIde eeuw hebben plaatsgevonden. Dit landschap heeft talrijke transformaties ondergaan die tot een vrij recente periode teruggaan. Dat is ook waarom men er zo weinig oude bomen terugvindt, maar dat is ook de reden waarom we er een bijzonder interessante biologische verscheidenheid kunnen ontdekken. De hoogteverschillen zijn er aanzienlijk en er loopt een klein riviertje met een kronkelige loop: de Parucq. Botanisten onderscheiden er vier verschillende biotopen: het oude bos, het jonge bos, een vochtige zone bij een aantal kleine beekjes en een kleine vijver en een jong bos met een kalkrijke bodem waar men kleine inheemse orchideetjes vindt. Ook de fauna is zeer rijk: insecten, amfibieën, vogels (de sperwer) en kleine zoogdieren ... Het Wilderbos maakt deel uit van de vallei van de Molenbeek, zoals het Kattebroek en de Zavelenberg. Dit landschap is vandaag beschermd.

We rijden naar rechts en nemen de Wilderstraat tot aan de Maricollendreef waarin we links afslaan. Zo rijden we het Wilderbos helemaal rond en komen weldra langs het kerkhof van Sint-Agatha-Berchem. Na een flinke klim, komen we aan een kruispunt waar een oude alleenstaande linde staat te pronken, nabij het café "In de Linde".

Op de hoek van de Kasterlindenstraat en de Elbersstraat, tegenover het gemeentelijk kerkhof, staat deze lindeboom: de "Kasterlinden". Deze boom, duidelijk beschadigd door blikseminslag, is waarschijnlijk zeer oud. In 1700 vinden we op die plek reeds een linde terug op een kadastraal schema en niets houdt ons tegen om te denken dat het om dezelfde boom gaat. In ieder geval gaat het hier om een "geodetische" boom die op het hoogste punt van Sint-Agatha-Berchem staat (75 meter hoogte). Hij heeft steeds dienst gedaan als een natuurlijke grenspaal.

De Kasterlindenstraat (die voor het kerkhof loopt) nemen we links, daarna draaien we rechts de E. Heylensstraat in die ons naar de Ferdinand Elbersstraat voert. Deze straat verlaten we bijna aanstonds om na de bushalte een asfaltweg te volgen die ons naar de Tuinbouwstraat brengt waar we recht inslaan om bij de Hogenbosstraat te komen vanwaar we een indrukwekkend panorama kunnen aanschouwen.

De stad strekt zich aan onze voeten uit in al haar grootsheid en met al haar contrasten: de basiliek, torengebouwen, kerktorens, ... Met een oppervlakte van vier hectaren en ontbost sedert de XIVde eeuw, is het Hoogveld als bij wonder ontsnapt aan de urbanisatie en is het vandaag beschermd dankzij zijn statuut van groene zone. Deze ruimte was ooit belangrijk bebouwd gebied en lag niet ver verwijderd van de oorspronkelijke bewoonde kern van de gemeente. Ook vandaag is het rurale karakter nog steeds zichtbaar in het hart van de stad ...

We nemen de Hogenbosstraat naar links en stoppen weldra voor een villa, nummer 38.

Dit verblijf werd gebouwd in 1909 en overheerst de Hogenbos. Deze villa kreeg van de inwoners van de gemeente de bijnaam "Villa Psychose". Zij is een herinnering aan de villa's die op de rijke Brusselaars in het begin van de vorige eeuw op het gemeentelijk grondgebied lieten bouwen. Vandaag zou zij enig renovatiewerk kunnen gebruiken, maar haar houten balkons en haar glas-in-loodraam, dat een zonsondergang oproept, kunnen nog steeds bewonderd worden.

We rijden verder door de Hogenbosstraat en na de Kruising met de Kasterlindenstraat, zetten we onze weg verder langs de Groendreef. We houden eventjes halt bij het oud kerkhof waarvan de ingang zich op onze linkerhand bevindt.

Oorspronkelijk grensde het kerkhof aan de oude kerk die we weldra te zien krijgen.

Het oude kerkhof deed dienst van 1877 tot 1960. Nadat het kerkhof buiten gebruik werd gesteld, werd het een rustweide van ongeveer één hectare. Het is op dit kerkhof dat wij ons momenteel bevinden. Voorbij het kerkhof zijn we eerder langsgereden. Een aantal graven en monumenten trekken de aandacht. Zo zullen we ons ongetwijfeld de mooi luifel in Art Deco herinneren die de ingang siert, het herdenkingsmonument voor de doden van de oorlog 14-18 rechtover de ingang van het kerkhof, en het Goffinmausoleum rechts achteraan. Het terrein waarop het kerkhof zich bevindt werd door de familie Goffin afgestaan aan de gemeente, waarvoor zij een levenslange concessie in ruil kregen. Deze familie van industriëlen bezat tal van grondeigendommen in de gemeente en in Brussel en voorzag Sint-Agatha-Berchem van meer dan één burgemeester.

 

Achteraan rechts, naast de muur die langs de Groendreef loopt,
staan twee graven van Britse soldaten die in Sint-Agatha-Berchem sneuvelden tijdens de eerste dagen
van de Tweede Wereldoorlog en die begraven werden op het gemeentelijk kerkhof.
Helaas zijn heel wat graven op het Oude Kerkhof beschadigd door vandalisme.

Gedurende de hele bezetting verboden de Duitsers de toegang tot twee graven, maar heel wat inwoners van Sint-Agatha-Berchem traden dit verbod met de voeten en gooiden bloemenkransen over de muren van het kerkhof. Op het kerkhof vindt men nog andere graven van soldaten en oud-strijders: al wandelend krijgt u misschien de kans om de graven te ontdekken van Luis Frémaux (1879 - 1937), een compleet componist, orkestleider, pianist en violist en van Georges Rens (1877 - 1932), dichter en gewezen voorzitter van de "Cité Moderne".

We zetten onze weg verder over de hobbelige straatstenen van de Groendreef, een éénrichtingsweg die uitsluitend voorbehouden is aan het plaatselijk verkeer.

De Groendreef, een oud stukje Berchem dat bewaard is gebleven.

De Groendreef is een holle weg die vanachter het oud kerkhof kronkelige bochten maat tot aan het Kerkplein. Deze dreef heeft haar landelijke karakter bewaard dat nog geaccentueerd wordt door de met hagen beplante taluds die haar afboorden. Toen zij in de eerste helft van de XIXde eeuw werd aangelegd, stonden aan weerszijden een tiental boerderijtjes

Oud vervallen boerderijtje in de Groendreef, voor de restauratie.

waarvan er vier zijn overgebleven: de nummers 1, 3, 27 en 36. Hoewel deze gebouwen van bescheiden architectuur zijn, verdienden zij om gerestaureerd te worden omdat zij getuigen van het tuinbouwverleden. Nummer 36 wordt al meer dan 40 jaar bewoond door een fabrikant van houten trappen en is het best geconserveerd. Het heeft een grote schuur en overblijfselen van drinkbakken van koeien en een buitenput van 13 meter diep. Nummer 1 is een oud cafeetje, dat wellicht te maken heeft met de activiteit van de oude bierbrouwerij in de onmiddellijke nabijheid. Van de Groendreef kan men ook het Wilderbos bereiken waar we reeds zijn rondgereden bij het begin van wandeling.

Gerestaureerde woning in de Groendreef

Diezelfde woning voor de restauratie

De Groendreef loopt uit op het Kerkplein, de oude dorpskern van Sint-Agatha-Berchem.

 

De oude Kerk met daarnaast de Brasserie La Couronne, helemaal rechts het toenmalige dorpscafé Viool.
Dit was het oude dorpcentrum, dat zicht later verplaatste naar het dr. Schweitzerplein, omdat daar
de tram toekwam.

 

De oude Kerk was na de Tweede Wereldoorlog volledig vervallen tot een ruïne.
Zij werd in jaren zeventig volledig heropgebouwd en doet
nu dienst als cultureel centrum van de gemeente

De oude kerk van Sint-Agatha-Berchem, die prijkt boven het plein en het Wilder, is één van de opmerkelijkste herinneringen aan de architectuur van de gemeente. Nu is het een cultureel centrum. Er bestond al een klein kerkgebouw in Sint-Agatha-Berchem in de XIIde eeuw, een eenvoudig kapelletje van de Wemmelse parochie. Sint-Agatha-Berchem werd bevorderd tot parochie en er werd een kerk gebouwd in Romaanse stijl. Met de tijd heeft deze plaats het hard te verduren gekregen en heeft zij veel schade opgelopen door de godsdienstoorlogen en diverse plunderingen. Zo werd de kerk herhaaldelijke malen hersteld, soms op een nogal ongeduldige manier zoals dat het geval was in de XIXde eeuw. Toen werden een uitbouw en twee zijbeuken opgetrokken in baksteen, die de initiële structuur van het gebouw hebben gewijzigd, die oorspronkelijk uit een toren en een zijbeuk bestond.

De voormalige pastorij naast de "Oude Kerk", inmiddels afgebroken, en thans een grasplein

Nadat een nieuwe kerk werd ingehuldigd in 1938, vlakbij het Dr. Schweitzerplein, geraakte de oude kerk in onbruik en langzaam maar zeker in een staat van verwaarlozing totdat zelfs bepaalde gedeelten van het gebouw instorten. Zelfs nadat de toren in 1950 op de monumentenlijst kwam te staan, veranderde er nog niets. Pas in het begin van de jaren 70 werd met de restauratie aangevangen, om opnieuw het uitzicht te krijgen zoals in de eerste helft van de XVIIIde eeuw.

Oud kranteknipsel over de bouw van de huidige kerk van Sint-Agatha-Berchem

Rechts van de kerk, aan de andere kant van de Groendreef, herinneren de gebouwen van de oude brouwerij Van Calck - Vandendriesch ons aan de eerste vormen van industrialisering die in Sint-Agatha-Berchem opdoken aan het einde van de XIXde eeuw. Zij herinneren er ons ook aan dat Sint-Agatha-Berchem, stopplaats op de weg van Brussel naar Gent, talrijke kroegen en herbergen telde. De gebouwen van de brouwerij, overblijfselen van een uitgebreide familiale bedrijvigheid, werden gebouwd in de jaren 1870 en beantwoorden aan een typische landelijke architectuur. De binnenplaats van de fabriek is volledig opgevat als gemeenschappelijke ruimte voor de familie van de baas, de arbeiders en de spannen. Het huis van de brouwer werd volledig gerenoveerd. De voorgevel is geïnspireerd op de Vlaamse neorenaissance en straalt de voorspoed van de onderneming uit. Een cirkelvormig stenen medaillon beeldt alle werktuigen af die nodig zijn voor het brouwersberoep. Er is geen ingang aan de voorgevel. Men betrad het gebouw langs de zijkant.

Het oude dorscentrum met het oeroude café Viool. Dit gebouw werd volledig gerenoveerd waarbij
de oorspronkelijke stijl eveneens bewaard is gebleven (zie hieronder)


De landelijke omgeving rond de "oude kerk" lang geleden

Het interieur van de oude "oude kerk"

De brouwerij produceerde Lambiek en Faro. In 1919 neemt de familie de Merlen de brouwerij over. Er wordt nieuw bier gemaakt in 1930: Golden. Na de Tweede Wereldoorlog beginnen de activiteiten achteruit te gaan. De productie wordt stopgezet en de activiteiten blijven beperkt tot het bottelen van het bier voor rekening van de brouwerij Caulier tot in 1955. Vervolgens werden de ateliers verhuurd aan een firma in verwarmingsapparatuur tot de daken van de werkhuizen het tijdens de stormen van 1990 begaven. In 1990 koopt de gemeente de hele locatie op en begint aan de restauratie van verschillende gebouwen om er de activiteiten van het Franstalig Cultureel Centrum van Sint-Agatha-Berchem, "Le Fourquet", te kunnen onderbrengen.

Rechtover de brouwerij, in een gerenoveerd gebouw, waarin momenteel een restaurant is gevestigd, bevond zich destijds het café Viool, waarvan de oorsprong terug te vinden is in het midden van XIXde eeuw. Aan de achterkant werden openluchtbals gehouden en kwamen de liefhebbers van Geuze en boterhammen met plattekaas en radijsjes, samen ... De rest van het plein wordt ingenomen door een rij neoklassieke huisjes.

Voor één van die huisjes staat een oud kapelletje ter ere van Sint-Agatha (foto hieronder).

Afbeelding van de oude Agatha-kapel

Een eerste kapel werd al opgetrokken in 1600 dichtbij de plaats waar de huidige kapel zich bevindt, maar aangezien zij bijna een ruïne was, diende zij gereconstrueerd te worden in 1720. Sint-Agatha zou in het Sicilië van de IIIde eeuw hebben geleefd en er door de gouverneur zijn gearresteerd als christen. Zij zou onderworpen zijn geweest aan de vreselijkste lijfstraffen, waaronder het verwijderen van de borsten. Zij zou al eeuwenlang zijn aanbeden, eerst op de plaats haar graf, later in heel Sicilië en Italië, en tijdens de Middeleeuwen door het hele christendom. Bij ons werd ze ingeroepen tegen borstkwalen, kanker, furunculose en het vuur. Zij is ook de patroonheilige geworden van de kindermeisjes.

Aan de ander kant van de Groot-Bijgaardenstraat trekt een ander gebouw in neoklassieke stijl onze aandacht. In 1869 beslist schepen Vandendriesch, eigenaar van de gelijknamige brouwerij, om een gebouw dat dateert uit 1790 om te bouwen tot een relais dat tegelijk fungeerde als dorpsherberg, restaurant, buurtwinkel en zelfs als poststation. De relais 'A la Couronne' werd zeer gewaardeerd. Nadat het gebouw in 1980 werd gekocht en gerestaureerd door het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, herbergt het gebouw nu het gemeenschapscentrum "De Kroon" dat er culturele activiteiten organiseert.

Relais "A la Couronne" voor het omgevormd werd tot trefcentrum "De Kroon"

Het trefcentrum "De Kroon"

Rechts van "De Kroon" nemen we de Vandendrieschstraat, die recent werd omgevormd tot een 30-zone. We rijden rechtdoor de Kerkstraat in en komen voorbij de nieuwe kerk van Sint-Agatha-Berchem, die in de jaren 30 in een neoromaanse stijl werd gebouwd. Zo komen we op het Dr. Schweitzerplein.

Het is op dit plein dat zich het oud gemeentehuis van Sint-Agatha-Berchem bevond. Het werd gesloopt in 1951 om het plein te vergroten. Het plein werd onlangs opnieuw heraangelegd, om meer plaats voor voetgangers en fietsers te creëren en het wagenverkeer vlotter te laten verlopen.

De oude dorspkom met café "De Witten Baas, het postkantoor (met zwart bord),
café Labus, café "Oud Berchem" en op de achtergrond, café en restaurant "De Kroon"

We verlaten dit plein en nemen onmiddellijk rechts, de Soldatenstraat. Een paar honderd meter verder draaien we naar link de René Comhairelaan in.

De René Comhairelaan, maakt samen met de Lauralaan en de Basilieklaan, deel uit van een verkaveling die werd ontworpen vlak voor de Eerste Wereldoorlog. Het waren vooral bedienden en ambtenaren die er perceeltjes kochten om er hun fraai eengezinswoningen op te bouwen in stijlen gaande van regionalisme tot Art Deco. Ter hoogte van het nummer 59 op de René Comhairelaan ligt een prachtige villa op een verhoog in eclectische stijl (architect Théo Fellendaels, 1922). Daarna stoppen we bij drie huizen in Art Deco. Het nummer 70 (architect Joseph Evers, 1928) toont een aantal mooie kleine glasraampjes. Onder de ramen zien we decoratieve bloem-, fruit, en bladmotieven die in het beton zijn geslepen. Het nummer 78 (architect A. De Groeve, 1927) heeft een glas-in-loodraam boven het portaal waarop visvangende steltlopers staan afgebeeld en ook nog een aantal kleinere glasraampjes met geometrische vormen. Het nummer 84, de villa "Les Oeilets" (de anjers) (architect Jean-Maurice Delmoitié, 1928), vertoont een bijzondere constructie, waarbij een vierkant vertrek met achthoekige ramen uit de voorgevel uitsteekt.

In dezelfde laan vormen de nummers 94 tot 116, gebouwd in 1912 en 1922 een interessant architecturaal geheel in regionalistische stijl.

Nu komen we bij een rotonde op de Gentsesteenweg.

De Gentsesteenweg in een tijd dat er nog vlot verkeer mogelijk was

Rechtover de Comhairelaan, nemen we de Basilieklaan en kiezen we de eerste laan op onze linkerhand, de Lauralaan. Op het einde van deze laan, draaien we rechtsaf de Josse Goffinlaan in. We stoppen voor het nummer 158 op diezelfde laan,het vroegere Frans Gasthuis.

 

 

Het Frans Gasthuis werd opgericht in 1928 - 29 om zorgen te verstrekken aan de Fransen van bescheiden komaf die in België woonden. Het ziekenhuis werd al spoedig opengesteld voor alle inwoners ten westen van Brussel en er werd zelfs een nieuw moederhuis geopend in 1939.

Na de Tweede Wereldoorlog hoopten de financiële problemen zich op. Het plan om een nieuw ziekenhuis in de onmiddellijke nabijheid te bouwen werd opgevat in 1970. Over de verwezenlijking ging echter zoveel tijd dat het oude gasthuis en zijn bijgebouwen, die er in de loop van de jaren waren bijgekomen, in 1982 in onbruik geraakten en verkocht werden aan het Gebouwenfonds voor de Rijksscholen. Later werd het aangekocht door de GOMB (Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij voor het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest). Deze locatie werd onlangs gesaneerd in het kader van een project om eengezinswoningen te creëren, maar het hoofdgebouw is gelukkig behouden gebleven. Het werd opnieuw gerestaureerd om er kantoren in te richten. Zijn neoklassieke stijl is verrassend, aangezien deze stijl eerder terug te vinden was bij de bouw van hotels in herenhuisstijl in het centrum van Brussel op het einde van de XIXde eeuw.

Na het oude ziekenhuis, rijden we rechts de Moderne Wijkstraat in en daar nemen de opnieuw links, het Samenwerkersplein. We bevinden ons in het hart van de "Cité Moderne" (De Moderne Wijk).

De "Moderne Wijk"

In de jaren 20 schieten de tuinwijken in België als paddestoelen uit de grond. Gedurende een aantal jaren trachtten zij een oplossing te bieden voor de woningnood van de arbeiders en de bedienden waarmee ons land te kampen had na de Eerste Wereldoorlog. Het was een project gebaseerd op een collectief en solidair leven in een aantrekkelijke groene omgeving. Dit project werd echter spoedig afgevoerd ten voordele van stedelijker ogende constructies, waarbij meer in de hoogte werd gebouwd en waardoor minder ruimte in beslag werd genomen. Toch ontstonden binnen en tijdspanne van een aantal jaren een twintigtal tuinwijken in de omgeving van Brussel die de jonge architecten de kans gaven om te experimenteren op technisch vlak om de bouwkosten te drukken, en op het vlak van research met betrekking tot de "minimum woonruimte" om de ruimte en de inrichting binnen de woning te rationaliseren.

Deze moderne woonwijk is het werk van een jonge architect, Victor Bourgeois (1897 - 1962) en van een landschapsarchitect, Louis Van der Swaenen (1883 - 1929) en is met haar kubistische stijl een manifest van modernisme. Zij werd gebouwd tussen 1923 en 1925 op initiatief van een huurdercoöperatieve waarin zich voornamelijk bedienden, ambtenaren en gemeentelijke arbeiders verenigd hadden. De structuur is opgevat om optimaal te kunnen genieten van het invallende zonlicht waardoor het plan heel wat korte doodlopende straten vertoont die zigzag liggen en uitsluitend bestemd zijn voor plaatselijk verkeer.

Om de wijk te ontwerpen die oorspronkelijk 274 woningen telde, bestudeerde Victor Bourgeois een vijftiental plannen voor eengezinswoningen, appartementsgebouwen waarvan de ramen ontworpen werden door Pierre-Louis Flouqeut. Dit plein werd voorzien om ruimte te geven aan gemeenschappelijke diensten (bibliotheek, vergaderzaal, wasserijen en drogerijen ...) en moest het centrum vormen voor het gemeenschappelijke leven. Door een gebrek aan financiële middelen slaagde men er maar in om slechts een beperkt aantal handelszaken samen te brengen.

De woningen werden vervaardigd uit gegoten beton tussen demonteerbare bekistingen die meermaals konden worden gebruikt. Deze methode heeft de bouwkosten met 15 % teruggeschroefd. In 1959 laat de coöperatieve de wijk uitbreiden volgens de plannen van Viktor Bourgeois: de Jean-Christophe-appartementsblokken, die we vanuit de Openveldstraat kunnen zien.

Op het einde van het Samenwerkersplein, draaien we naar rechts. We rijden het Initiatiefplein voorbij en komen zo bij de Openveldstraat waarin we links afdraaien. Op onze rechterhand zien we nu en dan de Zavelenberg.

De Zavelenberg (12 ha) is vandaag de dag een gewestelijk natuurreservaat en is op die manier ontsnapt aan de urbanisatiedruk; De Zavelenberg ligt vlakt naast de Keizer Karellaan en is vandaag een kostbaar relikwie van het natuurlijk milieu dat zich destijds rond Brussel had ontwikkeld. De bodem van sommige zones is rijk aan kalk en genereert een uitzonderlijke flora voor de streek zoals nieskruid of een wilde orchideesoort. De fauna is gevarieerd: haas, Europese patrijs, sperwer, ekster, kleine torenvalk, ... Een klein gedeelte van de Zavelenberg wordt nog gebruikt voor landbouw. De koeien van de laatste Brusselse boer grazen er.

Weldra komen we bij een kruising waar de Openveldstraat alleen nog éénrichtingsverkeer toelaat. We gaan rechtdoor en rijden de Strijdersstraat in. Vervolgens nemen we rechts de Gentsesteenweg, dan de derde links, de de Selliers de Moranvillenlaan. We stoppen bij meteen bij het huisnummer 11.

De villa "Marie-Mirande" is het enige huis in de gemeente dat op de monumentenlijst staat (1988). De keramist, Guillaume Janssens, wiens ateliers zich op de Gentsesteenweg bevonden, liet dit huis rond 1912 bouwen en vervaardigde de artisanale tegels die de voorgevel bekleden in zijn eigen ateliers. Op die manier maakte hij van zijn voorgevel een bijzonder demonstratief uitstalraam voor zijn talenten en zijn kunnen. Deze villa is een zeldzaam exemplaar van de voorgevelaffiche. Panelen en schilderijen verfraaien de verdiepingen afwisselend. Op de eerste verdieping zien we twee grote panelen die vrouwelijke begrippen allegoriseren. Het ene symboliseert de Architectuur en het andere de Schilderkunst. De bovendrempel van het tweelingvenster op de tweede verdieping is versierd met tegels waarop een vrouwenhoofd staat afgebeeld omringd met gestileerde bloemen. Onder de daklijst ontdekken we versieringen met bloemenmotieven die typisch zijn voor Art Nouveau. De naam van de dochter van de keramist vinden we terug op de gelijkvloers: Marie-Mirande. De ateliers van Janssens vervaardigden ook en tegelpaneel waarop een vogel staat afgebeeld op de bovendrempel van de villa 'Les Alcyons" (de ijsvogels), nummer 70 in dezelfde laan.

 

We rijden verder, aan de rotonde dan naar links de Koning Albertlaan in. We komen weldra aan het vertrekpunt.

Bronnen :

Fietstocht door Sint-Agatha-Berchem - Verklarende brochure.
- Bruxelles et sa région, le guide, éd. Casterman.
- Berchem-Sainte-Agathe, collection Guide des Communes de la Région Bruxelloise, Guides CFC Editions, 1999.
- Itinéraires Berchemois, Bruxelles, C.E.B.O. - Commune de Berchem-Sainte-Agatha, 1997.
- Universiteit Gent